Archive for the ‘oerknal’ Category

h1

Ruis, Bernini en Huygens

oktober 18, 2006

De oerknal op je TV Soms merk je hoe verweven sterrenkunde zit in de ons omringende wereld. Nee, dan heb ik het niet eens over de koolstof in ons lichaam en de zuurstof in de dampkring die ooit ontstaan zijn in de kernen van een zware ster in de buurt van de zon. Dan heb ik het gewoon over het televisiescherm, dat scherm waar we dagelijks aan gekluisterd zijn. Wat is er precies aan de hand? Gisteravond zat in naar Paauw & Witteman te kijken, de late-night-talkshow die wanhopig probeert om maar niet op Barend & van Dorp te lijken. In de studio was daar ene Simon Roozendaal, die samen met Hein Meijers het boek Het grootste lexicon van nutteloze feiten heeft geschreven. In dat boek staan 2.222 nutteloze feiten. Eén van die (volgens mij niet zo nutteloze) feiten is dat eerder dan George Smoot en John Mather al twee Amerikanen de nobelprijs voor de natuurkunde hebben ontvangen voor onderzoek aan de oerknal, de Big Bang waarmee het heelal is ontstaan. Dat waren Penzias en Wilson, die halverwege de jaren zestig de ruis detecteerden met een radiotelescoop. Die ruis is het koude overblijfsel (drie graden boven het absolute nulpunt van -273 graden Celcius) van die hete oerknal. En nou komt het: die ruis is gewoon op je televisie te ontvangen! Jazeker, gewoon op je allerdaagse TV. Hoe? Stem je tv af op een leeg kanaal. Ongeveer één procent van de ‘sneeuw’ op het scherm wordt veroorzaakt door de overgebleven ruis van de oerknalstraling. Dat was wat die Simon Roozendaal gisteren aan de stamtafel bij Paauw en Witteman verkondigde. En da’s géén nutteloos feit, da’s gewoon God recht in z’n gezicht kijken, zoals Roozendaal het zelf formuleerde. Religie gecombineerd met wetenschap, zo af te lezen in de sneeuw op je TV. Mooi toch?

Het Bernini Mysterie
Frank LindeEen ander overblijfsel van de oerknal is antimaterie. In het bekende boek ‘het Bernini Mysterie’ van Dan Brown speelt dat een belangrijke rol als brandstof voor een wapen. Gisteren stond er in NRC-handelsblad een interview met astrodeeltjesfysicus Frank Linde, directeur van het NIKHEF, over dat boek èn over antimaterie. Volgens hem zou in theorie zo’n bom wel gemaakt kunnen worden, maar voor de benodigde 1 gram antimaterie zou de grootste deeltjesversneller ter wereld, CERN in Genève, 2 miljard jaar nodig hebben om dat te produceren. Op zaterdag 21 oktober zal Linde een voordracht geven over ‘het Bernini Mysterie: tussen fantasie en werkelijkheid‘ in het FOM-Instituut voor Subatomaire Fysica, Kruislaan 409 in Amsterdam. Een ieder die dat wil bijwonen is welkom. De lezing is om 14.30 uur. De hele middag tussen 12 en 17 uur zijn er demonstraties, lezingen en is er een pretlab. Zie www.wetenweek.nl voor meer info. Dezelfde dag hebben meer instituten een open dag. Bron: NRC-Handelsblad.

Waar is Christiaan Huygens gebleven?
Vandaag stond in NRC-Handelsblad een ingezonden stuk van de hoogleraren Robbert Dijkgraaf en Louise O.Fresco over de canon van de Nederlandse geschiedenis die afgelopen maandag is gepresenteerd. Dijkgraaf en Fresco zeggen in het stuk wat ik afgelopen dinsdag ook al in m’n astroblog schreef: waarom is Eise Eisenga, de amateur-sterrenkundige uit Franeker, opgenomen in de canon en niet de belangrijkste natuurwetenschapper uit de Nederlandse geschiedenis Christiaan Huygens? Dus ook de gevestigde wetenschappelijke orde, om het zo maar even te noemen, komt in het geweer tegen deze omissie van de commissie van Frits Oostrom. Bron: NRC-handelsblad.

Kaart van Slangendrager

Advertenties
h1

Is het heelal ellipsvormig?

oktober 1, 2006

CMB-kaart met minieme temperatuursverschillen door WMAP

De laatste tijd is er door diverse wetenschappers kritiek geleverd op de waarnemingen van de kosmische microgolfachtergrondstraling (cosmic microwave background, CMB), zoals waargenomen door de NASA-satelliet Wilkinson Microwave Anisotropy Probe (WMAP). Op 18 maart j.l. schreef ik over de WMAP-resultaten een Astroblog. Eén van de bezwaren is eergisteren (29 september) in een artikel in Physical Review Letters geuit door de Italiaanse sterrenkundigen L. Campanelli, P. Cea en L.Tedesco van de Universiteiten van Ferrara en Bari (liefhebbers kunnen ‘m hier lezen). De CMB-straling dateert van 380.000 jaar na de oerknal, toen door het uitdijende en afkoelende heelal er een ontkoppeling van straling en materie plaatsvond. De golflengte van de straling van dat ontkoppelingsmoment is sindsdien groter geworden door de uitdijing van het heelal en daarom wordt deze nu waargenomen in het microgolfgebied van het spectrum. De grootste schaal van de kaart van de achtergrondstraling wordt gedefinieerd door de langste afstand die de straling uit de nagloeiende oerknal heeft kunnen afleggen, vanaf het moment van de ontkoppeling. In een bolvormig heelal zou de verste straling vanuit alle richtingen gelijkelijk de Aarde moeten bereiken en dat zou een bolvormig heelal moeten opleveren met een straal van 13,7 miljard jaar. Dat is de door WMAP waargenomen ouderdom van het heelal (en de afstand van de CMB in lichtjaren).
En wat blijkt nu: de gemeten stralingsintensiteit is lager dan de voorspelling, dus die gelijke hoeveelheid straling uit alle richtingen is er niet. De sterrenkundigen spreken van een zogenaamde quadrupool-anomalie. Het team van Leonardo Campanelli komt nu met de verklaring van het waargenomen effect dat een ellipsoïdaal heelal de intensiteitsverschillen kan veroorzaken. Een heelal dat een procent langgerekter is dan een bol zou al voldoende zijn. Over de oorzaak van de ellipvormigheid van het heelal kan alleen gespeculeerd worden. De Italianen denken dat een magnetisch veld in de kosmos oorzaak zou kunnen zijn. Maar misschien is een fout in het weefsel van de ruimtetijd wel de veroorzaker.
Andere kritiek op de WMAP-waarnemingen van de CMB gaat over het zogenaamde Sunyaev-Zeldovich effect (zie m’n Astroblog van 11 augustus hierover). Door dit effect reageren fotonen van de CMB met electronen in het hete gas in clusters van sterrenstelsels. Door de interactie tussen fotonen en electronen wordt de CMB in de richting van de sterrenstelsels met het hete gas verstoort en dat zou in de vorm van ‘schaduwen’ van de CMB te zien moeten zijn. De astronomen Richard Lieu en John Quenby (Universiteit van Alabama, VS) hebben geconstateerd dat bij 31 van die clusters de schaduwen soms wel te zien zijn en soms niet. Als niet alle clusters op dezelfde wijze het Sunyaev-Zeldovich effect laten zien kan dat betekenen dat de CMB niet uit de oertijd dateert. Lieu en Quenby Model van de Planck satelliethebben er op 1 september j.l. een artikel over geschreven in de Astrophysical Review (en hier te lezen). Lieu en Quenby denken dat de CMB wel degelijk uit de oertijd dateert, maar dat de WMAP-waarnemingen niet nauwkeurig genoeg zijn. De conclusies van de WMAP-waarnemingen, zoals ik die 18 maart j.l. beschreef, zoals dat het heelal voor driekwart uit donkere energie zou bestaan, moeten daarom weer op de losse helling worden gezet. Afijn, het wachten is nu op de opvolger van de WMAP-satelliet, de Europese Planck-satelliet. Die staat voor 2007 op de lanceerkalender (al is het waarschijnlijker dat dat 2008 wordt). Bron: NRC-Handelsblad, zaterdag 30 september 2006.

h1

20% van de massa van het heelal zit in sterren

augustus 19, 2006

Stervorming in het heelalOngeveer 13,7 miljard jaar geleden ontstond het heelal met de Big Bang. Zoals uit de waarnemingen met de WMAP-satelliet is gebleken was de samenstelling van het heelal de volgende: 74% donkere energie, 22% donkere materie en 4% gewone materie (atomen).
Nu is uit verdere waarnemingen door een internationale groep astronomen gebleken dat van die 4% gewone materie inmiddels zo’n 20% in sterren zit. Verder zit 0,1% ervan in materie die door zware sterren is uitgestoten (en waar dingen zoals de Aarde en Astrobloglezers van gemaakt zijn) en tenslotte zit zo’n 0,01% van de oorspronkelijke materie in superzware zwarte gaten. Deze week zullen deze resultaten, die met telescopen in Australië, Chili en de Canarische Eilanden verkregen zijn, bekend worden gemaakt op de bijeenkomst van de IAU (waar ik de hele week al zo’n beetje over bericht). Volgens de leider van het team, Dr Simon Driver van de St Andrews Universiteit (Schotland) zit de rest van de oorspronkelijke materie, zo’n kleine 80% dus, in gas en stof dat in en tussen de sterrenstelsels zweeft. Dat gas kan altijd nog in nieuw te vormen sterren gaan zitten en berekeningen van het team laten zien dat die stervorming nog zo’n 70 miljard jaar door kan gaan. En daarna kan de laatste ster het licht uitdoen. 🙂
De bepaling van de hoeveelheid sterren die uit de oorspronkelijke materie is ontstaan is gedaan door onderzoek aan zo’n tienduizend sterrenstelsels, de zogenaamde Millennium Galaxy Catalogue. Ieder van die sterrenstelsels telt zo’n 10 miljoen tot 10 miljard sterren. Bron: Australian National University.

h1

Oer-zwarte gaten en de vijfde dimensie

mei 28, 2006

Arlie Petters van Duke UniversiteitTwee astronomen, Charles R. Keeton van de Rutgers Universiteit en Arlie O. Petters van de Duke Universiteit (beiden in de VS), hebben onlangs in het wetenschappelijk tijdschrift Physical Review D, een artikel gepubliceerd waarin ze stellen dat het mogelijk moet zijn om met behulp van zogenaamde oer-zwarte gaten (primordial black holes) in ons zonnestelsel de vijfde dimensie waar te nemen. Da’s een lange zin, ik geef het toe, en er staan twee termen in die we hier moeten verduidelijken: oer-zwarte gaten en de vijfde dimensie.
Eerst die oer-zwarte gaten. Astronomen hebben al heel lang de theorie bedacht dat er naast de ‘gewone’ stellaire zwarte gaten, die het eindresultaat zijn van een kort maar hevig leven van zeer zware sterren, en de superzware zwarte gaten in de centra van sterrenstelsels, ook nog andere soorten zwarte gaten moeten bestaan. Eentje daarvan zijn oer-zwarte gaten, die tijdens de Big Bang ontstaan zouden zijn. Fluctuaties in de dichtheid van de massa in die eerste momenten van het heelal zouden die oer-zwarte gaten veroorzaken. De massa van dit type zwarte gaten zou variren. De bekende astronoom Stephen Hawking, ja die in een rolstoel zit, heeft in 1974 de theorie bedacht dat zwarte gaten kunnen verdampen, een zeer langzaam verlopend proces. Volgens Hawking’s theorie zouden oer-zwarte gaten met een massa van 10^12 kg (zeg maar een flinke planetode) ongeveer nu het einde van dat verdampingsproces naderen en dat schijnt met een flinke explosie gepaard te gaan.
Dan die vijfde dimensie. Ook dat is een theorie die al lang geleden door natuurkundigen is geopperd. We kennen uit het dagelijks leven de drie ruimtedimensies (lengte, breedte en diepte) plus de tijdsdimensie. Dat maakt dus vier ruimtetijd-dimensies, die door Albert Einstein heel nauwkeurig zijn beschreven. Naderhand zijn er vele uitbreidingen geopperd van dat aantal bestaande dimensies, waarvan de extra dimensies niet voor ons stervelingen direct te merken zijn omdat ze als het ware opgekruld zijn. Welnu, de genoemde Keeton en Petters gaan voor het bestaan van een vijfdimensionale wereld (d.w.z. vier ruimtedimensies en n tijdsdimensie) uit van het “type II Randall-Sundrum braneworld gravity model“. Tsja, da’s ook weer zo’n mondvol ingewikkelde dingen (Ik geef het toe, het verhaal gisteren over smalle maansikkels was een stuk eenvoudiger), maar kortgezegd komt het erop neer dat het zichtbare heelal een membraan (‘brane’) is in een groter heelal. Dat membraan zou vijf dimensies kennen. Het plaatje hieronder laat een en ander zien.

het Randall-Sundrum model
Volgens het Randall-Sundrum model zouden er nog oer-zwarte gaten moeten bestaan. Zoveel zelfs dat er in ons eigen zonnestelsel ook enkele rond moeten zwerven. En dat, aldus Keeton en Petters, maakt het mogelijk om met behulp van die oer-zwarte gaten de vijfdimensionale membraantheorie van Randall-Sundrum te verifiren. Het idee is het volgende: al sinds de jaren zestig nemen we met behulp van satellieten explosies in het heelal waar, waarbij zeer veel gammastralen zijn uitgezonden. Dat zijn de gammaflitsen, waarover in deze astroblogs regelmatig geschreven is (onder andere op 21 april). Stel nou dat die gammastralen onderweg naar de Aarde ergens in het zonnestelsel een oer-zwart gat passeren. Er zou dan een interferentiepatroon ontstaan, waarbij de gammastralen in concentrische ringen om het zwarte gat worden afgebogen. Het interferentiepatroon van de gammastralen zou in een vierdimensionaal heelal wezenlijk anders zijn dan in het vijfdimensionale heelal. En dat maakt het volgens Keeton en Petters mogelijk dat we met het waarnemen van interferentiepatronen in de gammastralen twee vliegen in n klap slaan: de oer-zwarte gaten zouden daarmee gedetecteerd zijn n het vijfdimensionale heelal zou ermee geverifieerd kunnen worden.
Tot nu toe zijn die interferentiepatronen in de vele gedetecteerde gammaflitsers niet waargenomen. De huidige generatie gammasatellieten (met name de Swift) is ook niet in staat om die patronen te zien. Maar eind volgend jaar wordt de Gamma-ray Large Area Space Telescope (GLAST) gelanceerd en die schijnt gevoelig genoeg te zijn om de patronen wel te zien. Ik heb eerder al over GLAST geblogd (zie m’n astroblog van 18 mei 2006). Kortom, je hebt dus kans dat na augustus 2007 de wetenschappelijke wereld weer eens op z’n kop staat met de ontdekking van oer-zwarte gaten, vijf dimensies en een discrete ruimtetijd. Ha, er breken weer spannende tijden aan. Bron: Duke Universiteit.

Naschrift

Wie zich geroepen voelt het oorspronkelijke artikel van Keeton en Petters te lezen kan hier terecht. Suc6 d’r mee:-))

h1

Loop quantum gravitatie en GLAST

mei 18, 2006

Gamma-satelliet GLASTAfgelopen zondag schreef ik in m’n astroblog over de Big Bounce, de theorie die het ontstaan van het heelal tot het allereerste begin èn zelfs daarvoor beschrijft. Met behulp van de Loop Quantum Gravitatie (LQG) waren Abhay Ashtekar en z’n twee promovenda Tomasz Pawlowski en Parmpreet Singh erin geslaagd om dat vroegste heelal te beschrijven. In de LQG is het uitgangspunt dat niet alleen materie geatomiseerd is, maar dat ruimte en tijd dat ook zijn. Ruimtetijd is niet continue, maar discreet zoals ze dat zo mooi noemen. De kleinst mogelijke lengte is de Planck lengte: 10-33 cm, de kleinste oppervlakte is een vierkante Planck lengte: 10-66 cm2 en het kleinste volume is een kubieke Planck lengte van 10-99 cm3. In dat soort mini-legoblokjes is de ruimte opgedeeld. In iedere vierkante centimeter zitten dus 1099 van die Planck volumes! Nog gekker: in het hele heelal zitten (bij benadering, het kan eentje minder zijn) ongeveer 10185 Planck Volumes.
Toen ik zondag over Ashtekar z’n theorie schreef kende ik die LQG nog niet echt. Al zoekende naar meer informatie kwam ik in het themanummer van Scientific American (vol. 16, nr. 1, 2006) terecht, waarover ik op donderdag 4 mei in m’n astroblog schreef, en daarin gaat het allerlaatste artikel over atomen van ruimte en tijd. Het artikel is geschreven door Lee Smolin, die één van de opstellers blijkt te zijn van de LQG. In het artikel wordt dan ook uitvoerig ingegaan op de theorie van de LQG en op de voorspellingen die ermee gedaan zijn. Vooral dat laatste is interessant: de LQG doet een aantal voorspellingen die experimenteel te testen zijn. Eén daarvan is de volgende: volgens de LQG is de lichtsnelheid niet universeel. Er zijn hele minieme verschillen in de snelheid die afhankelijk zijn van de energie van een foton. Fotonen met veel energie zouden iets sneller moeten gaan dan minder energierijke fotonen. En dat zou weer te meten zijn met behulp van gammastralers, waarover ik in vele astroblogs al eerder heb geschreven. Probleem is alleen dat de huidige generatie gammatelescopen niet gevoelig genoeg is om die verschillen in de aankomsttijd van energierijke gammafotonen en iets minder energierijke gammafotonen waar te nemen. Lee Smolin merkt daarom op dat we tot 2007 moeten wachten totdat de satelliet GLAST wordt gelanceerd. Die heeft een gammabril die scherp genoeg kan zien om de LQG experimenteel te testen. GLAST staat overigens voor Gamma-ray Large Area Space Telescope.
Afijn, wat lees ik vandaag in een nieuwsbericht van de nieuwssite Spaceflight Now: het belangrijkste instrument van de GLAST sateliet, de Large Area Telescope, is klaar om getest te worden! Het apparaat is 14 mei 2006 opgeleverd en gaat nu drie maanden lang geschud en geroosterd worden om te kijken of hij de lancering en de omstandigheden in de ruimte kan overleven. De Amerikanen gokken erop dat GLAST in augustus 2007 wordt gelanceerd. Kortom, ook 2007 wordt astronomisch gezien weer een heel leuk jaar.

h1

Big Bounce in plaats van Big Bang

mei 14, 2006

wavefunction van de tijd voor, tijdens en na de Big BangVoor het eerst zijn drie astronomen er in geslaagd om een wiskundige beschrijving te geven van de Big Bang, de oerknal waaruit het heelal is ontstaan, de tijd na de Big bang, maar ook van de tijd vóór de Big Bang. Abhay Ashtekar, Tomasz Pawlowski en Parmpreet Singh van het ‘Institute for Gravitational Physics and Geometry’ van de Penn State Universiteit beschrijven in een recent artikel in Physical Review Letters daarmee voor het eerst uitgebreid de zogenaamde Big Bounce. Al langer bestond het idee dat er voor dit heelal een ander heelal is geweest, die op het laatst ineenstortte tot een oeratoom (de zgn. Gnab Gib, het omgekeerde van de Big Bang) en daarmee de kiem voor het nieuwe heelal, ons heelal dus, vormde. Maar die ideeën waren nooit wiskundig en natuurkundig beschreven. Dat kon simpelweg niet omdat bij de hoge dichtheden die optreden bij de Big Bang de algemene relativiteitstheorie van Einstein geen juiste beschrijving meer geeft. Wat er bij die extreme omstandigheden nodig is is een combinatie van de relativiteitstheorie en quantum mechanika. En die combinatie is er op dit moment nog niet. Ashtekar en z’n twee studenten Pawlowski en Singh hebben daarom gebruik gemaakt van een theorie die hoge ogen gooit om die combinatie mogelijk te maken, te weten de loop quantum gravitatie. Deze theorie beschouwt ruimtetijd zelf als een discrete gequantiseerde structuur. Ruimte bestaat uit quantumdraden. Tijdens de Big Bang wordt deze gequantiseerde structuur van de ruimte relevant en op een gegeven moment wordt de zwaartekracht afstotend in plaats van aantrekkend. En daarmee geeft het ineenstortende voorgaande heelal op een gegeven moment voeding aan het nieuwe heelal, en is de Big Bounce een feit. Aldus het baanbrekende werk van Ashtekar, Pawlowski en Singh. Op de illustratie, die ook voorkomt in het gepubliceerde artikel, zien we een boog, waarin de rechterhelft ons heelal is. Het nu is te vinden bij het 1,8 punt. De illustratie laat de zogenaamde wavefunction van het heelal zien, gezien in de ruimte (ψ) en tijd (φ).
Bron: Penn State University. En voor die lezers van de Astroblogs die een flinke portie wiskunde niet schuwen is hier het originele artikel van de drie theoretici te vinden. Toch leuk om in te lijsten en te zeggen “kijk, daar hangt de opvolger van de Big Bang theorie”.

h1

WMAP vindt meer bewijzen voor inflatiemodel Big Bang

maart 18, 2006

Polarisatie van de CMB (witte balken)

Met behulp van de Wilkinson Microwave Anisotropy Probe (WMAP) zijn astronomen er in geslaagd om sterke aanwijzingen te vinden dat het inflatiemodel van de Big bang juist is. WMAP is een satelliet die op 30 juni 2001 door NASA is gelanceerd en die tot doel heeft de kosmische achtergrondstraling te bestuderen. Het inflatiemodel van de Big bang is in 1980 door Alan Guth bedacht en zegt dat in de allereerste triljoenste van een triljoenste van een seconde in het bestaan van het heelal er een versnelde expansie plaatsvond, de inflatie. In die periode groeide het heelal van de grootte van een zandkorrel tot de huidige grootte van het zichtbare heelal, een vergroting van het volume van 10 tot de macht 60!! Met het inflatiemodel werd een aantal raadsels verklaard, zoals het ontbreken in het heelal van monopolen, hypothetische deeltjes met alleen een magnetische noord- of een zuidpool, en waarom er zoveel gelijkenis was tussen delen van het heelal die fysisch nooit met elkaar in kontakt waren geweest. Al die argumenten waren echter verklaringen achteraf. Er waren raadsels en daar gaf de inflatietheorie een verklaring voor. Maar tot nu toe waren er geen voorspellingen van de inflatietheorie geverifieerd. Tot deze week!! Met de WMAP deed men zeer nauwkeurige waarnemingen aan de kosmische achtergrondstraling (cosmic microwave background, CMB), het overblijfsel van de Big Bang, die het gehele heelal doordrenkt. WMAP keek daarbij naar twee dingen: naar de verschillen in temperatuur van de CMB en naar de polarisatie ervan.
De temperatuursverschillen in de CMB zijn miniem: in de orde van grootte van 0,00001 graad Celcius. De fluctuaties in temperatuur wijzen op verschillen in dichtheden die afzonderlijke gebieden in het vroege heelal hadden. Met de waarnemingen van de laatste drie jaar van WMAP, die deze week zijn gepubliceerd, hebben de onderzoekers het volgende vastgesteld:

  • de leeftijd van het heelal is 13,7 miljard jaar (onnauwkeurigheid 2%)
  • de samenstelling van het heelal is: 74% donkere energie, 22% donkere materie en 4% gewone materie (atomen)

Met de WMAP werden ook waarnemingen verricht aan de polarisatie van de CMB. De fotonen die de CMB vormen zijn gepolariseerd, d.w.z. dat net als gepolariseerd zonlicht, hun golflengte voorkeuren heeft voor een bepaalde richting. Die polarisatie van de CMB is een gevolg van de dichtheden van de materie in het vroege heelal, waardoor de fotonen in een bepaalde richting verstrooid werden. Door de polarisatie te meten komt men dus meer te weten over de dynamica in het vroege heelal. Ook hier werden door WMAP weer opzienbarende ontdekkingen gedaan: zie het figuur bovenaan. Daarin zijn de witte balken de polarisatierichtingen van de CMB. Door de polarisatiemetingen kwamen de onderzoekers van WMAP tot de volgende vaststellingen:

  • De eerste sterren gingen 400 miljoen jaar na de Big Bang de polarisatie van de CMB vervuilen. Dit is een indicatie voor het moment waarop de eerste sterren in het heelal zo’n beetje voor het eerst gingen verschijnen.
  • De zogenaamde scalar spectral index blijkt een waarde te hebben van 0.95 (onnauwkeurigheid alweer 2%). Deze index vergelijkt de temperatuurfluctuaties in de CMB gezien over grote schalen en kleine schalen. Het inflatiemodel voorspelde een index van iets onder de 1, dus exact hetgeen is waargenomen.
  • De donkere energie heeft een vergelijking van staat (‘equation of state’) van -1, d.w.z. dat donkere energie een eigenschap is van de ruimtetijd zelf. Donkere energie bevindt zich dus niet net als deeltjes in de ruimtetijd, maar is er een onlosmakelijk onderdeel van. Eén kubieke centimeter heelal bevatte 13,7 miljard jaar geleden net zoveel donkere energie als nu.

In het figuur hieronder een stukje geschiedenis van het heelal van de Big Bang tot nu. Tot zover het overzicht van alweer een hele reeks opwindende ontdekkingen. Kan het nou nog gekker worden met al die ontdekkingen? Tuurlijk kan dat. Begin volgend jaar gaat de Europese satelliet Planck de ruimte in. Die kan nog veel nauwkeuriger metingen doen aan de CMB. Ik ben benieuwd waar die allemaal mee voor de dag kan komen. WMAP heeft bijvoorbeeld alleen de zogenaamde E-mode polarisatie gezien, de polarisatie die veroorzaakt is tijdens de reïonisatie door die eerste serie sterren. Maar de zogenaamde B-mode polarisatie, de polarisatie die direct door de inflatie wordt veroorzaakt, is niet door WMAP gezien. Als de Planck-satelliet die B-mode polarisatie zou kunnen zien zou dat een mega-ontdekking van de eerste orde zijn! We wachten af….Bron van dit alles: de NASA.

Overzicht van het heelal