Archive for april, 2006

h1

Battle of the universities part II

april 30, 2006

Team Loll
In het kader van de Academische Jaarprijs strijden 13 teams van verschillende universiteiten om het behalen van die prijs, een bedrag van welgeteld € 100.000,-. Met dat geld kan het winnende team het plan dat ze bedacht hebben grotendeels realiseren. De prijs is bedoeld om studenten en onderzoekers te motiveren om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek op aansprekende wijze onder de aandacht van het brede publiek te brengen.
Op 26 februari 2006 schreef ik al over één van die 13 teams, Team Wijers van de Universiteit van Amsterdam, die van plan zijn om gammaflitsen waar te gaan nemen met behulp van de inzet van amateur-astronomen. Ik schreef toen ook al dat er nog een ander team van de 13 finalisten was die een voorstel hebben dat sterk astronomisch getint is: team Loll van de universiteit van Utrecht! Hun plan is om de mysteries van ruimte en tijd te ontrafelen. En dan gaat het met name om de structuur van ruimte en tijd op het niveau van de quantumstructuur, welke zich afspeelt bij de zogenaamde Planckse lengte, die om precies te zijn:


meter bedraagt. Een onvoorstelbaar kleine lengte, dat mag duidelijk zijn! Op die schaal gedragen ruimte en tijd zich als “een wild schuimende zee van quantumfluctuaties, waar ruimte op de meest ongelooflijke manieren wordt gekromd en gekreukt”, aldus team Loll. Het team is genoemd naar de leider van de onderzoeksgroep, Renate Loll. Om de fysieke processen op de Planckschaal te beschrijven is een theorie van quantumgravitatie nodig, een theorie die zowel de quantummechanika als de algemene relativiteitstheorie zou verenigen. Maar die theorie is er nog niet. Aan deze theorie wordt door vele honderden fysici over de hele wereld gewerkt. Als een dergelijke ‘Theory of Everything’ er zou zijn dan zou deze ons niet alleen helpen te begrijpen hoe die ruimtetijd er op de Planckschaal uit zien, maar ook hoe het heelal er vlak na de Big Bang uitzag en wat de oorsprong is van de mysterieuze ‘donkere energie’, die het grootste deel van het heelal vult en die het heelal met enorme snelheid uit elkaar drijft.
Team Loll wilt dit abstracte onderwerp toegankelijk maken voor iedereen die erin geīnteresseerd is. Daartoe bouwt het team een ‘Reizend Universum’, waarvan de buitenkant een kunstwerk vormt, dat net als de wiskundige ruimtetijdmodellen waarmee Renate Loll werkt is opgebouwd uit driehoeken. De binnenkant bestaat uit een interactieve expositie die de ongrijpbare eigenschappen van ruimte en tijd tastbaar maakt. Net zoals team Wijers (en de overige 11 teams) heeft ook Team Loll een eigen weblog.
Op 1 juni 2006 wordt bekend gemaakt welk team de academische jaarprijs van € 100.000 heeft gewonnen. Op internet is een poll te zien, de zogenaamde battlemeter, waarop mensen op hun favoriete team kunnen stemmen. Deze telt niet mee voor de einduitslag, want die wordt door een jury beoordeeld, maar als de battlemeter een goede graadmeter is dan maakt team Loll weinig kans: op dit moment trekken ze slechts 2% van de stemmen. Eerste staat met 30% het team van de universiteit van Delft (iets over ‘biological inspired technology’, bwwehhhh… saai) en tweede staat met 28%…. TEAM WIJERS! Maar ja, we hebben bij Dancing with the Stars al kunnen constateren dat er tussen de mening van een vakjury en de mening van het grote publiek een behoorlijk verschil kan zijn. Team Loll maakt dus nog steeds kans om gekozen te worden door de jury. Heb ik zelf nog een favoriet? Eh.. erg lastige keuze. Zowel de quantumfluctuaties van ruimtetijd als de hoogenergetische gammaflitsen zijn erg boeiende thema’s. Maar omdat Team Wijers een actieve rol voor de amateur-astronomen heeft weggelegd bij het waarnemen van de gammaflitsen zou ik zeggen: kies voor Team Wijers, dus het team van de Universiteit van Amsterdam! Wordt vervolgd.

h1

Cassini blijft mooie plaatjes schieten

april 29, 2006

Epimetheus, Titan en Saturnus' ringen
Het filmrolletje in het ruimtevaartuig Cassini is nog steeds niet vol, want er komen opnieuw de meest wonderlijke foto’s vanaf Saturnus richting Aarde. Op 28 april 2006, gisteren dus, nam Cassini een foto van de manen Epimetheus, Titan en een deel van het ringenstelsel van Saturnus. Een heel mooie foto (zie boven). Op de voorgrond zien we het kleine maantje Epimetheus (Saturnus XI), die een gemiddelde diameter heeft van 113 km. Het maantje is nogal gebutst en gehavend, en daarom is hij niet exact sferisch (eh.. zeg maar rond). Achter Epimetheus zien we een deel van Saturnus’ ringen en daarachter doemt Titan op, die met z’n 5150 km diameter een ‘stukje’ groter is dan Epimetheus. Toen de foto werd genomen stond Cassini op een afstand van 667.385 km van Epimetheus. Als je de foto zo ziet verbaas je je eigen toch hoe groot Titan wel niet is. Het lijkt bijna een collage van drie verschillende foto’s. Jammer dat Titan niet helemaal scherp is, maar ja, het diafragma van Cassini kan niet altijd perfect werken:-) Bron: Spaceref.

h1

Komeet Schwassmann-Wachmann valt nog verder uiteen

april 27, 2006

fragment C van die komeet met de moeilijke naamMet behulp van de Very Large Telescope (VLT) van de ESO hebben Europese astronomen waargenomen dat de komeet P73/Schwassmann-Wachmann 3 (SW3) nog verder aan het uiteenvallen is. SW3 is een periodiek terugkerende komeet, die in 5,4 jaar een baantje om de zon maakt. In 1996 was al waargenomen dat de komeet eerst in drie en later in vijf stukken was gedesīntegreerd. In 2001 bij z’n volgende passage waren twee stukken verdwenen en kon men alleen de stukken B, C en E zien. En nu, april 2006, laten de VLT-waarnemingen zien dat SW3 in bijna vijftig (!) stukken uiteen in gevallen. In feite is er geen sprake meer van een komeet, maar van een komeettrein, een keten van komeetfragmenten. De helderste objecten blijven B en C, waarvan de verwachting is dat deze bij de dichtste nadering van de komeet met de Aarde, tussen 11 en 14 mei 2006, misschien met het blote oog zichtbaar zullen zijn. Fragment C zal 11 mei op 12 miljoen km afstand van de Aarde komen en fragment B zal drie dagen later zelfs 10 miljoen km ‘dichtbij’ komen. Dat is altijd nog 26 keer verder weg dan de afstand Aarde-Maan, dus de alarmerende berichten over komeetstukken die op Aarde in zullen slaan zijn loos alarm (zie mijn astroblog van 20 april hierover). De astronomen smullen in ieder geval van deze bijzondere komeet, want door het uiteenvallen komt het binnenste van de komeet vrij en door waarnemingen hiervan hoopt men meer te weten te komen over het ontstaan van de kometen en daarmee ook over het ontstaan van het zonnestelsel. Op 7 juni nadert SW3 de zon het dichtst. De vraag is of de fragmenten de nadering zullen overleven of dat een complete desīntegratie zal volgen.
Op de foto hierboven is fragment B van Schwassmann-Wachmann 3 te zien, met alle afsplitsingen daarvan. De VLT-foto is met drie kleurenfilters genomen (B – blauw, V -groen, en R – rood). zoekkaartje van fragment CDe komeet is gevolgd en daardoor zijn de sterren gekleurde streepjes geworden, waarvan de opeenvolgende kleuren laat zien welke kleurfilters werden gebruikt. De pijlen geven de verschillende fragmenten van B aan. Binnenkort komen de delen van de komeet in het sterrenbeeld Hercules. Hiernaast een zoekkaartje voor fragment C van 29 april tot 6 mei. Op Koninginnedag gaat het fragment onder de bolvormige sterrenhoop M13 langs. Ah, da’s toch een leuk gebaar.
Bron: ESO

h1

Astrochemie, leven en het heelal

april 26, 2006

Collage van astrochemieKomende vrijdag, 28 april 2006, houdt Suzanne Bisschop voor sterrenkundevereniging Christiaan Huygens in Papendrecht een lezing over “Van interstellaire wolken tot leven”. De wetenschap die zich hiermee bezighoudt is de zogenaamde astrochemie, oftewel de wetenschap die scheikundige processen in de ruimte bestudeerd. Diverse stofjes zijn gedetecteerd in de ruimte. Sommige simpele, veel voorkomende, organische moleculen zijn alcohol, koolstofdioxide en water, maar ook vele heel exotische stoffen die op aarde nauwelijks voorkomen. Het begrijpen van de scheikundige processen is heel belangrijk aangezien het informatie geeft over de vorming van nieuwe zonnestelsels en de materialen die wellicht onder de juiste omstandigheden kunnen leiden tot leven. Suzanne Bisschop is werkzaam als promovenda in de vakgroep Moleculaire Astrophysica van professor Ewine van Dishoeck op de Universiteit van Leiden. Meer info over astrochemie is te vinden op de website van Ewine van Dishoeck.
Toegang alleen voor leden van de vereniging Christiaan Huygens en voor geīnteresseerden die lid van de vereniging willen worden. Die laatste groep betaald echter wel € 7,- toegangsgeld.

h1

Licht-achtergrond van het heelal gemeten door gammastraling van quasars

april 25, 2006

gammastraling van quasars worden geabsorbeerd door diffuse achtergrondfotonen
Engelse astronomen van de universiteit van Durham zijn er in geslaagd om met behulp van hoog energetische gammastralen van ver verwijderde quasars meer te weten te komen over de zogenaamde licht-achtergrond van het heelal. Sinds het begin van het heelal wordt door vele astronomische objecten licht uitgezonden. Dat licht vormt bij elkaar een diffuse zee van fotonen (lichtdeeltjes), die de gehele ruimte vult. Dit wordt door astronomen de diffuse “extragalactic background light” (EBL) genoemd. Deze EBL moet niet verward worden met de kosmische microgolfachtergrondstraling, want dat is een overblijfsel van de hete Big Bang explosie. De EBL is een overblijfsel van sterren, quasars, gasnevels, etc.. die na de Big Bang licht hebben verspreid. De EBL is lange tijd erg lastig geweest om te meten, maar nu is men er dan toch eindelijk in geslaagd om er meer over te weten te komen. De astronomen deden dat door gammastralen van twee quasars te bestuderen met behulp van de “High Energy Stereoscopic System” (HESS) gammastraling-telescopen in Namibië. Het idee is simpel: quasars zenden door zeer explosieve gebeurtenissen in hun kernen zeer energierijke gammastraling uit. Die gammastraling komen onderweg richting Aarde fotonen tegen die deel uitmaken van de EBL. Dat kan betekenen dat een gammafoton wordt geabsorbeerd door een minder energierijk foton en op die manier de Aarde nooit zal bereiken. Metingen aan de spectra van quasars geven daarmee een indicatie voor de hoeveelheid EBL in het heelal. Uitkomst van het onderzoek was dat de hoeveelheid achtergrondlicht een stuk lager ligt dan eerdere schattingen aangaven. En dat betekent op haar beurt weer twee dingen: 1. dat het heelal voor gammastralen een stuk makkelijker is om ongestoord doorheen te reizen en 2. dat sterrenstelsels een grotere bron van diffuus achtergrondlicht zijn dan de eerste generatie sterren in het heelal. Het verhaal van de groep astronomen is op 20 april verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.
Wat ik mij nou afvraag is hoe men in staat is in de metingen onderscheid te maken tussen absorptie van gammastraling door EBL-fotonen en absorptie door fotonen van de CMB (cosmic microwave background). Van die laatste categorie zitten er zo’n 400 in iedere kubieke centimeter van het heelal. Ik heb het artikel van de vakastronomen zelf niet gelezen (Nature gaat m’n portemmonee iets te buiten), maar er zal vast een verklaring zijn. Wie het weet mag het zeggen. Bron: PParc.

h1

Hubble Space Telescope 16 jaar actief

april 24, 2006

M82 in Grote Beer door HSTOp 24 april 1990, vandaag dus precies 16 jaren geleden, werd de Hubble Space Telescope (HST) van ESA en NASA samen gelanceerd en in de ruimte geactiveerd. Altijd leuk om op zo’n verjaardagsfeestje even wat gegevens op een rijtje te zetten over de HST:

  • in de 16 jaar van z’n bestaan heeft de HST 750.000 opnames gemaakt en daarbij ongeveer 24.000 objecten aan de hemel nader bestudeerd;
  • HST heeft in die tijd zo’n 93.500 rondjes om de Aarde gedraaid en daarbij pak ‘m beet een slordige 4 miljard kilometer afgelegd;
  • Al die waarnemingen van 16 jaar bij elkaar hebben 27 terabyte aan gegevens opgeleverd. Dat is zo’n 400.000 CD’s. Als je die CD’s op elkaar zou stapelen zou je een toren krijgen twee maal zo hoog als de Eiffeltoren;
  • Dagelijks braakt de HST zo’n 10 gigabyte aan informatie uit.
  • Er hebben zo’n 4.000 astronomen gewerkt met de HST. Leuk speeltje, hè?
  • Al dat waarnemen van die astronomen leverde meer dan 6.300 wetenschappelijke artikelen op. Mmmmmm, moet toch een leuk boekwerkje opleveren, de verzamelde werken van de HST.

Ter gelegenheid van HST 16e verjaardag publiceerde het HST-team nog eens wat gedenkwaardige plaatjes. EÊn daarvan was de opname van M82 in Grote Beer, een sterrenstelsel dat een enorme stervorming meemaakt en daardoor grote hoeveelheden waterstof uit haar kern uitstoot. Bekend plaatje, maar het blijft mooi. Bron: ESA/NASA.

h1

Reservetijd van ISO-satelliet gebruikt om superzware protosterren te ontdekken

april 23, 2006

superzware protosterren
Amatereur-astronomen die een telescoop met automatische volginstallatie hebben (zo’n go-to dingetje, zoals de Meade ETX-gevallen) weten wat er gebeurt als de telescoop van object A naar object B gaat: de telescoop ‘slewt’ (zwenkt) langzaam naar het volgende object. Zo gaat het ook met de professionele telescopen op Aarde en in de ruimte. Een groepje astronomen heeft handig gebruikt gemaakt van die ‘slew’-periodes van de Infrared Space Observatory (ISO) van de Europese ESA, die tussen 1995 en 1998 in de ruimte z’n werk deed. Als ISO van z’n ene job naar de andere ging werden er ondertussen ook opnames gemaakt op een golflengte van 170 micrometer, corresponderend met koude gas- en stofwolken in de ruimte met een temperatuur tot -263 graden Celcius (10K). ISO heeft in die periode zo’n 10.000 slews gemaakt en de opnames die toen gemaakt zijn brachten het bestaan aan het licht van zo’n 50 potentiële plaatsen waar zeer zware sterren aan het ontstaan zijn. Dāt is namelijk het idee van drie astronomen van de het Max Planck-instituut voor astronomie in Heidelberg, Stephan Birkmann, Oliver Krause and Dietrich Lemke, dat die koele wolken interstellair gas en stof de geboorteplaatsen zijn van superzware sterren. In een volgende waarneemcampagne werden die 50 plaatsen nader onderzocht en toen kwam er één kandidaat uiteindelijk naar voren waar zicht dicht bijeen twee koude dichte kernen bevinden: het object ISOSS J18364-0221 (zie figuur hierboven). De ene kern is 16,5K (-256,5 gr. Celcius) en bevat zo’n 75 zonsmassa’s en de andere kern is 12K (-261 gr. Celcius) en daar zit maar liefst 280 zonsmassa’s op elkaar gepropt. Beide kernen tonen tekenen van gravitationele collaps, wat wijst op stervorming.
Mmmmm, ik heb hier in huis zo’n Meade ETX-70. Als dat ding aan het slewen is naar het volgende object ga ik daar ook maar eens wat effectiever gebruik van maken:-))
Bron: ESA